Engel IB144 Bedienungsanleitung Seite 103

  • Herunterladen
  • Zu meinen Handbüchern hinzufügen
  • Drucken
  • Seite
    / 440
  • Inhaltsverzeichnis
  • LESEZEICHEN
  • Bewertet. / 5. Basierend auf Kundenbewertungen
Seitenansicht 102
56
met het oog op het examen, ter wille van den studeerende, nieuwe beschouwingen,
gelijk wij ze pag. 22 (vgl. 56), 48 (over eigenlijke en oneigenlijke samenstelling), 54
aantreffen in
noten
plaats te leenen?
Over de keuze der gedichten zou wel iets in 't midden zijn te brengen. Doch andere
boeken eischen een deel van onze ruimte. Ook in dat opzicht moeten wij anders
prijzen. Alleen stippen wij aan, dat sommige vragen over Bilderdijks
Epigram op
Hooft
ons niet ernstig gemeend schijnen; dat De Genestets
Humor
en de gedichten
over
Den Dichter
moeielijk genoeg zijn. Wij herhalen, dat, zal het
taalkundige
inderdaad tot zijn
recht
komen, de geheele behandeling
artistieker
worden moet.
Zich minder moeite gevend voor
grammatische figuren
, zal de schrijver ruimte
winnen voor een aantal vragen en antwoorden bij
Verandering
,
Aan mijne Dennen
,
Kritiek
, die wij tot ons leedwezen misten.
Bij een tweeden druk zal de heer Van Wijnen de herziening niet onnoodig achten.
Zijn boek kán beter worden. Doch het is
ons
evenwel een teeken van beter dag.
Wij hebben het met blijdschap begroet en bevelen het met aandrang bij alle
Nederlandsche onderwijzers aan.
5.
Hoe en Waarom? Taaloefeningen
,
door F.G. Bos
. 1888 (
f
0.90). Tweede
deeltje:
‘Een vierde soort!’ kan men zeggen. Uit de Voorrede verneemt men, dat de schrijver
dit werkje ook voor onderwijzers bestemde, en wij hebben geen bezwaar, met name
dit
tweede
deeltje onder den titel
Theorie en Praktijk
aanbevelenswaard te noemen.
Systematisch
bevat het eene reeks van oefeningen ter toetsing, ter toepassing, ter
uitbreiding van den grammaticalen regel, ter illustratie van het Boek Spraakkunst.
Met groote zorg werden zij verzameld en het baart eenige verwondering, dat de
ernst
van den samensteller zich in een tweeden druk (voor zoover wij weten ten
minste) niet beloond zag. Een boek als dit is eigenlijk, juist als
voorschool
voor die
Leeskunst waarop alle taalstudie van den onderwijzer uit moet loopen, onmisbaar.
In zijn soort nu verdient het werkje van den heer Bos een plaats bovenaan. Van
‘boekmakerij’ is bij den arbeid die hier voor ons ligt, geen sprake. Alles kan niet
gading zijn van den jongen onderwijzer, die zich tot den
Taalcursus
wil voorbereiden.
Ook deze taalleeraar geeft zich te veel af met de etymologie (in ruimer zin echter
genomen). Bij dit oefenboek
behoort
de Spraakkunst van den schrijver (
Neerlands
Taal
, twee deeltjes, à
f
0.90): hij zelf merkt dit in de voorrede op. Het neemt niet
weg, dat de studie van deze oefeningen (die weinig schrijvens vorderen) voor ieder
vruchtbaar zijn moet. Er is iets anders nog, wat ons lust in dit werkje geeft. De
spraakkunstige oefeningen worden besloten met een veertigtal bladzijden in den
bekenden trant: fragmenten poëzie met vragen. Wel moeten wij wederom afdingen:
de lezer kent onze denkbeelden. De mededeelend-vragende methode van den heer
Van Wijnen is hier niet toegepast. Hoe gaarne zagen wij die vragen, welke den
onderhavigen tekst niet verklaren, uitgeschift en - waar het de moeite loont - als
taal-
Taal en Letteren. Jaargang 2
Seitenansicht 102
1 2 ... 98 99 100 101 102 103 104 105 106 107 108 ... 439 440

Kommentare zu diesen Handbüchern

Keine Kommentare